Beijing II: Bestemming Bereikt

Beijing II: Bestemming Bereikt

bestemmingbereikt

Ik was verslaafd. Behoorlijk ook.
Nu ik ben aangekomen in China heb ik besloten mijn verslaving op te geven. Ik ben nu immers beland in een heel andere omgeving, met andere mensen en steeds een andere daginvulling: ik zou het gewoon niet kunnen volhouden en het is bovendien slecht voor mijn gezondheid.

‘Destination addiction’ – zo heet mijn verslaving. Was ik in Japan, dacht ik alweer aan mijn eindexamens in Nederland. Was ik in Nederland begonnen met mijn studie, dacht ik alweer aan een stage in Singapore. Toen ik daar eenmaal was had ik China al op het programma staan. Ik lijk mijn leven soms van bestemming naar bestemming naar bestemming te leven, zonder ooit ergens stil te staan.

En nu ben ik er en is mijn nieuwe leven hier echt begonnen. Ik heb een visum, ik heb een huissleutel, een plant en goudvissen die mij elke morgen al bluppend begroeten. Ik heb een stadsplattegrond, een Chinese mobiele telefoon, en een woordenboek dat de sleutel vormt tot communicatie met de mensen hier.

Het valt me op dat het went om weg te zijn. De eerste nacht in Japan staat in mijn geheugen gegrift. Huilend lag ik in de Japanse badkuip: waar was ik in godsnaam aan begonnen? De eerste nacht in Singapore bracht ik door op de Eerste Hulp. Er waren plots rode vlekken op mijn armen en in mijn nek ontstaan en ik leek geen lucht meer te krijgen. Ik had me voor mijn eerste nacht in Beijing daarom ook voorbereid op emotionele taferelen. In plaats daarvan ben ik naar een van de vele kroegjes gegaan, heb ik een biertje besteld en een boekje gelezen. Ik ging zonder problemen slapen en stond de volgende ochtend weer fris op. Soms blijken de dingen waar je als een berg tegenop ziet niet eens een drempel te vormen.

Mijn appartement bevindt zich binnen de campus van een van de vele universiteiten die Beijing rijk is. Mijn buren zijn onder andere oude professoren – mijn overbuurman is de beheerder van het hele campusterrein. Er is geen buitenlander te bekennen maar dat vind ik allang best: als je tien minuten verder op naar de studentenwijk gaat zie je mensen van over de hele wereld voorbij komen. ‘Wudaokou’ heet deze buurt. Je vindt er goedkope kledingwinkels, een shoppingmall, grote supermarkten, wat clubs, en kroegjes. Op dit moment zit ik in een van mijn favoriete tentjes; een cafe dat drie verdiepingen telt en 24 uur open is. Overal zitten studenten met laptopjes, sommigen praten over de Skype, sommigen kijken een film. Hier en daar zie je een gek stel: een Chinees meisje met beentjes als tandenstokers, een hotpants aan en sprookjesachtig rood haar tot over de billen. Naast haar zit een dikke oude Chinees sigaretten te roken. Ze wisselen geen woord.

Beijing kent vele gezichten. Mijn woonwijk is wat ik typisch Chinees zou noemen. ’s Morgens doen hier en daar mensen aan Tai-Chi. De fruitman op de hoek groet je als je voorbij komt, de bloemenman levert een grote plant aan je deur af. Overdag zie je overal mensen slapen. In auto’s, op de stoep, of in de supermarkt. Soms lijkt het net een scene uit Doornroosje, wanneer het hele kasteel plots voor 100 jaar stil staat. Mensen lijken midden in hun activiteiten in slaap te zijn gevallen. Een timmerman ligt langs de straat met zijn gereedschap nog in de hand. Een winkelbediende ligt met zijn hoofd op de kassa. Niemand kijkt er van op.
Gisteravond was ik weer in een totaal andere wereld, die toch ook typisch Chinees te noemen is. M., mijn tijdelijke huisgenoot, nam me mee naar een Chinese punk-bar. M. is een documentairemaker uit Spanje die al drie jaar in Beijing woont en continu op zoek is naar nieuw materiaal voor een docu over China. De clubscene van Beijing zou zich er goed voor lenen. In de punkbar werd ouderwetse jazz afgewisseld met livemuziek van funky rockgroepen. Een broodmagere Chinees met een afrokapsel en skinnyjeans schreeuwde hard in de microfoon terwijl hij met dramatische bewegingen zijn gitaar bespeelde. Met een Qingdao biertje nestelde ik me in een hoekje van de bar. Deze kant van Beijing had ik nog niet gezien, en de mensen fascineerden me mateloos. Trendy meisjes liepen hand in hand met shabby punkers, een lange Amerikaan met een enorme baard stond te dansen met een klein Chinees mannetje met gescheurde jeans. Op de eerste rij voor het podium probeerden een stel rijke mannen wanhopig hun Engels te oefenen met blanken terwijl een straalbezopen bezoeker een box van het podium ramde. De magere zanger ging onverstoord door en de lamstraal viel uiteindelijk, uitgeput, tegen de muur aan in slaap. Ook dit is Beijing: een plekje waar alles mag en alles kan. Punk, hippie, grunge, alto; het valt allemaal niet meer in hokjes te plaatsen. Het is Londen Camden Town, maar dan echter. Een plek waar de jeugd even ontsnapt aan de Chinese maatschappij en eenzame buitenlanders een stukje ‘no man’s land’ vinden.

M. probeert een meisje te strikken voor zijn film. Ze is knap en draagt een kittig zwart jurkje. Ze heeft al twee keer in de bak gezeten voor duistere zaakjes en gedraagt zich als een jonge Aziatische versie van Thea Moear. Ze wimpelt M. af. Een Amerikaanse documentairemaakster heeft haar al gestrikt en ze wil zo exclusief mogelijk blijven.

Het is duidelijk dat deze jongeren van Beijing in de gaten hebben dat ze interessant zijn voor het Westen. De alerte journalisten voelen het: hier gebeurt iets, hier verandert iets. Later op de avond komen er steeds meer fotografen die de zangers en de hangjongeren op straat vastleggen.

Beijing staat nu, na de Olympische Spelen, op een belangrijk punt. Gaat de stad, nu de stilte na de storm is aangebroken, weer terug naar oude patronen? Hebben de Spelen, waarbij de stad plots werd overspoeld door mensen van duizenden culturen, de stad wezenlijk veranderd?

Ik was verslaafd, maar ben nu voorlopig genezen. Dit is voor nu mijn leven. Kijken naar de nieuwe generatie van China, de taal in me opnemen, meedraaien met het tempo van de dagen hier, het leven op straat observeren.
Volgende maand of volgend jaar tellen even niet. Het is tijd om even ‘stil’ te staan:
ik heb voor nu mijn bestemming bereikt.

Alle liefs,
Manya
14 september 2008

P.S.NAV de volgende reactie van het Daily Dutch team van het Holland Heineken House, wiens goudvis ik heb geadopteerd:

Beste Manya,

Liefde is een raar ding. Het kan er opeens zijn. Uit het niets. Op een dag besef je gewoon: ik hou van hem of haar. En die dag was voor mij – en mijn mederedactieleden – de dag dat Sambal Bei in ons leven kwam in Beijing.

Onze trouwe vis heeft ons door dik en dun gesteund. Waar heel de wereld tegen ons was, was hij voor.

Je zult dan ook begrijpen dat toen het moment aanbrak dat wij afscheid van Sambal Bei moesten nemen, wij zijn ingestort. Ikzelf loop al weken verdwaasd rond in Utrecht. Dierenwinkel Janssen laat mij niet meer naar binnen, omdat ik al twaalf vissenkommen kapot heb gegooid, uit pure frustratie.

Ik ben ervan overtuigd dat Sambal een goed leven heeft daar in Beijing. Alleen hoor ik maar niets van hem. Hij reageert maar niet op mijn brieven en zijn mobiel staat altijd uit. En dat baart me toch zorgen. Het zaakje stinkt. Naar rotte vis.

Daarom Manya, deze oproep: zou jij een foto van Sambal Bei naar ons kunnen sturen? Dan kunnen wij hier in Nederland weer met een gerust hart gaan slapen.Wil je het niet voor ons doen, doe het dan uit liefde voor Sambal Bei.

Hoogachtend,

The Daily Dutch
thedailydutch@gmail.com

Aan de redactie van The Daily Dutch:

Goudvis Sambal Bei heeft zich inmiddels aangepast aan zijn nieuwe woonomgeving. Natuurlijk zijn er momenten dat hij ook, net als ik, heimwee heeft naar zijn vertrouwde kommetje, maar hij is het avontuur aangegaan en woont nu samen met drie andere vissen. Ze leren steeds beter met elkaar om te gaan.
Jullie hoeven je geen zorgen te maken.

Ik wil wel een foto opsturen, maar heb wel een probleem. Net als dat zoveel Chinezen op elkaar lijken, lijkt Sambal Bei ook veel op zijn kom-genoten. Ik weet daarom niet meer precies wie nou Sambal Bei is. Weten jullie misschien een vissenmoedervlek van hem zodat ik hem kan onderscheiden van de anderen? Foto volgt. Gegroet.

Print Friendly, PDF & Email

Tags:

Post a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Top