Shanghai: Under Construction

Shanghai: Under Construction

Shanghai is niet echt China.
Dit heb ik inmiddels al zo vaak gehoord dat het bijna een cliché wordt.
Shanghai heeft dezelfde brede luxe winkelstraten als Parijs, hetzelfde non-stop nachtleven als New York, en een zelfde skyline als Hong Kong. Het kan hier zo goedkoop als Havana, en zo duur als Moskou zijn. De stad is viezer dan het centrum van Amsterdam en het verkeer is chaotischer dan in Bangkok. Sommige straten zijn ruig als in Berlijn, sommigen charmant als in Barcelona. Uiteindelijk is er maar één stad zoals Shanghai.
En dat is Shanghai.

Hoewel ik eerder in Shanghai gewoond heb, kreeg ik bij aankomst toch weer een lichte cultuurschok. Misschien was het omdat ik net uit het moderne Osaka, Japan, kwam. Daar wordt er vriendelijk naar je gelachen en is de straat een grote catwalk. Osaka behoort zonder twijfel tot een van de meest hippe steden ter wereld. Maar het is de stad Shanghai die nu door het Westen tot hype gebombardeerd wordt. De eerste dagen hier vond ik de hipheid echter ver te zoeken. Vrouwen lopen zonder gene met hun pyjama aan de chique Chanel winkels voorbij. Veel van de doorsnee winkeltjes zijn hier qua mode en interieur in de jaren vijftig blijven hangen. Met mijn trendy zomerjurkje aan en grote zonnebril op voel ik me meestal akelig misplaatst als ik door de straten van Shanghai loop. Toch vind je hier in de vele nieuwe barretjes en clubs ’s avonds een heel andere kant van de stad. Hier vind je de nieuwe generatie van moderne Chinese zakenvrouwen met geld, en jonge mannen die buiten de chauffeur in hun Mercedes laten wachten tot ze uitgefeest zijn.

Mijn Franse vriendin Sabrina woont en werkt inmiddels al een jaar in Shanghai. Na haar studie Business&Chinese in Lyon pakte ze als 21-jarige haar koffers om een leven in Shanghai te beginnen. Als we samen op weg zijn naar een restaurant, en onze taxi zich al toeterend en stotend een weg probeert te banen door de chaos van auto’s, brommers, bussen en fietsen, kijk ik haar vragend aan: “Wat vind jij in godsnaam zo leuk aan Shanghai?”. Ze hoeft niet lang na te denken en antwoordt resoluut: “Shanghai is niet altijd leuk. Mensen in Shanghai zijn onvriendelijk. Je moet hier heel hard werken. Je kunt op zakelijk gebied een glimlach in je gezicht en een mes in je rug krijgen. De mode is vreselijk en de stad is vervuild,” ze zucht eventjes en begint te glimlachen terwijl ze uit het raam staart: “Maar hier komt het allemaal op neer, weet je. Shanghai is één grote chaos. Maar het is geen ongecontroleerd zootje. Het is een georganiseerde, rommelige, vrije, heerlijke chaos. Het leven hier is snel en avontuurlijk. En ik voel het, iederéén voelt het: het is hier nu aan het gebeuren, en het gaat hier ook gebeuren. Er hangt verandering, vooruitgang en succes in de lucht. En wij, degenen die hier nu werken en wonen, maken allemaal deel uit van deze vernieuwende cultuur. And that’s why I love Shanghai.”
De taxichauffeur trapt keihard op de rem. Hij vloekt. Een bakfiets volgeladen met oude fietsbanden blokkeert onze weg.

Als je het leuk vindt, neem ik je even mee voor een wandelingetje vanuit mijn appartement richting het centrum. Ik moet je zeggen dat het op eigen risico is, want ze rijden hier als gekken. We gaan hier meteen links de stoep op. Een dikke Chinees passeert ons op het smalle trottoir zonder opzij te stappen. Terwijl we hem ontwijken botsen we bijna tegen een groepje aan van zo’n zeven Chinese mannen die met blote bast onder een boompje midden op straat aan het kaarten zijn. Er liggen stapeltjes geld op de bierkratjes die nu even als goktafel fungeren. Een smerig zwerfkatje van amper zes weken schiet voor onze voeten voorbij, een kapsalon in. Door de felle zon kunnen we niet goed naar binnen kijken, maar als je goed kijkt zie je binnen wat meisjes zitten die met hun minirokjes en doorschijnende topjes aan duidelijk geen kapsters, maar prostituees zijn, die wachten op de klanten die op bijzondere manier geknipt of gemasseerd willen worden. Als je een gewone massage of knipbeurt wilt, kan ik je alvast zeggen dat je niet de massage- of kapsalons moet hebben waar ze je vragen of je er een mèt of zònder ‘happy ending’ wil.
Nu we beter zicht op de straat hebben, zien we plots de mannen die op verschillende plekken in deze straat plastic kampeerstoeltjes hebben neergezet. Al zittend aanschouwen ze vanaf hun plastic troontjes het verkeer en de voorbijgaande mensen. Terwijl we in redelijk tempo doorlopen rochelt een politieagent vanuit zijn kantoor een meter van onze voeten vandaan. We moeten oppassen: er wordt hier verbouwd. Een meneer is stalen buizen aan het lazeren. De vonken vliegen in de rondte en hij houdt hij zijn ogen stijf dichtgeknepen. Hij draagt noch bril, noch helm. We komen op de hoek van de straat. Zo’n twintig mensen staan hier midden op de weg. Ietwat nieuwsgierig kijken we wat ze doen. Ze staan rondom een brommerfiets die verloren op zijn kant op de weg ligt, zo te zien aangetast door een recent ongeluk.
We lopen nu meer richting centrum. Pas op voor die onderbroeken en Bh’s die hier midden op straat uithangen. Voor je het weet heb je een herenonderbroek met gaten in je gezicht. Een mollig Chinees meisje met een grappig brilletje op komt ons tegemoet. “Hello!”, roept ze naar ons: “Hello! Nice to see you! Where you from?”. We houden even onze pas in. “From Holland.” “Oh! Amsterdam! You student? Me student. I study English!”. We praten eventjes en lopen dan weer door. Op onze weg richting centrum ontmoeten we nog twee van dit soort meisjes die ons in enthousiast Engels hetzelfde toeroepen. Twee mensen schreeuwen naar elkaar in een winkeltje op een hoek. Het verkeer naast ons staat vast, en een ambulance met gillende sirenes rijdt stapvoets met de file mee: geen auto gaat voor hem opzij. Een Chinese vrouw kijkt verveeld voor zich uit vanuit een glimmende Chrysler. Het is 34 graden en het zweet loopt in straaltjes over onze rug. Terwijl we even uitpuffen kijkt een oud vrouwtje ons glimlachend aan; ze zit met een verroest Siemens naaimachientje op straat te werken. We passeren een Starbucks en een McDonalds. Een vrouw probeert ons onderbroeken te verkopen vanaf haar bakfiets.
Het wordt avond en we lopen richting The Bund; het hart van Shanghai. We zien de talloze neonlichtjes schitteren in het water van de Huangpu rivier. Duizenden Chinezen slenteren hier langs de waterkant met fototoestellen in hun hand en bewondering in hun ogen. Ver boven The Bund, in een van de hippe restaurants op de bovenste verdiepingen van de gebouwen, staan rijke Westerlingen met een glas whisky en een sigaar in hun hand nonchalant te praten.
Ontspan je maar. Hier stopt onze wandeling.

Ik volg hier in Shanghai elke dag lessen Chinees van negen uur ’s ochtends tot half een ’s middags. Als ik ’s middags geen plannen heb, vul ik mijn dagen meestal met het rondslenteren door de stad. Ik moet een uur lopen voor ik twee centimeter verder ben op mijn enorme stadsplattegrond, die inmiddels gekreukt, besmeurd en gescheurd is: aangetast door de vele uren die hij in mijn bezwete spijkerbroekzakken heeft doorgebracht. Af en toe sta ik midden op straat stil en aanschouw het leven om mij heen. Soms lijkt het echt alsof ik in een film beland ben die gaat over een stad die in razend tempo aan het veranderen is. De wandeling die jij zojuist met mij beleefd hebt, is een wandeling die ik zelf gemaakt heb met pen en papier in mijn hand. Als ik elk detail had uitgewerkt had ik een boek kunnen schrijven over die ene wandeling.
Ik heb nu al een paar keer mensen gezien die net als ik even stil stonden. Het zijn vooral de oude, armere Chinezen. Met grote ogen staat zo’n man dan roerloos in zijn pyjama midden op straat. Hij staart om zich heen naar grote reclameborden en moderne vrachtwagens. Het lijkt wel of ik het ongeloof in zijn ogen kan aflezen. Ik probeer te zien wat deze oude man ziet: een stad die compleet anders is dan de stad van zijn jeugd. Een straatbeeld waar hij steeds minder mee te maken heeft, en waar hij zich steeds minder mee kan identificeren. Zo nu en dan denk ik dat Shanghai haar inwoners misschien wel voorbij zoeft.

Als ik ’s avonds ergens probeer te herstellen van de zinderende hitte van de dag, raak ik soms in gesprek met expats of zakenlui, die mij de verhalen vertellen van het Shanghainese zakenleven. Sommige mensen worden gek van verveling omdat zij al dagen wachten tot ze verder mogen met werken. Voordat er beslissingen genomen moeten worden, moet er namelijk toestemming gevraagd worden aan de ene baas, die het weer aan de andere moet vragen, die het op zijn beurt weer aan een derde moet vragen. Westerse efficiëntie is in China nog niet doorgedrongen en dit kan voor heel wat cultuurbotsingen zorgen in de internationale zakenwereld. Zo hoorde ik ook een verhaal van een Nederlandse expat. Zij werkte hier voor Fortis, en wilde voor een massaal zakenuitje zorgen dat het hele bedrijf petjes zou dragen in de kleuren van Fortis: groen, rood, blauw, en geel. Van iedere kleur had ze al zo’n duizend petjes besteld. De drukker vroeg haar nog dringend of ze de groene petjes niet liever turquoise wilde hebben, maar ze had deze vraag weggewuifd omdat ze niet zou weten waarom. Op de dag zelf was niemand echter bereid om de groene petjes te dragen. Na veel commotie werd haar eindelijk duidelijk waarom. Als je in China in figuurlijke zin de ‘groene pet’ draagt, heeft je vrouw seks met een ander. Niemand had het aangedurfd om zo open te zijn haar dit verhaal te vertellen vóór ze zo’n duizend stuks bestelde. Cultuurverschillen in het zakenleven, daar kun je soms echt met je pet niet bij!

Na drie weken in Shanghai begin ik het allemaal een beetje te begrijpen. De pracht en praal en hipheid van Shanghai vind je hier niet op straat, maar in de lucht. Er hangt een vibe die fluistert dat dit de meest trendy en glamorous plek ter wereld gaat worden. Hou je ogen open en oren gespitst. Dit is de stad van de mode. Dit is de stad van de nieuwe elite en de trendy feestjes. De stad van de verfrissende ideeën en vernieuwende kunst.
We zien het misschien nu nog even niet, maar we moeten gewoon nog even geduldig afwachten. Shanghai is momenteel namelijk nog even Under Construction.

Tot Shanghai ‘af’ is,
geniet ik nog even van de heerlijke chaos die deze stad maakt tot wat zij is.

Manya, Aug 2007

Print Friendly, PDF & Email

Post a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Top