Singapore Part II: Van Karaoke tot Kapsalon

Singapore Part II: Van Karaoke tot Kapsalon

singaporeiii

Negen uur, woensdagavond. Vol verwachting staat er een rij met meisjes voor een hippe club, downtown Singapore. De meisjes dragen rokjes die zo kort zijn dat je bijna het randje van hun ondergoed kan zien. Hun lippen glanzen vol van lipgloss, en hun lange zwarte lokken vallen glanzend over hun schouders heen. De lucht ruikt naar zoete parfum. Het is ladies night in Singapore. Dit betekent dat alle meisjes vanavond gratis uit kunnen. Niet alleen is de toegang tot de club gratis, ook de drankjes worden gratis geschonken. Van bier tot vodka tot whisky; je hoeft maar met je vingers te knippen en het drankje staat voor je neus.
Er staat een rij naast de rij van de dames; dit is de rij voor de jongens. De jongens betalen allemaal 25 dollar om naar binnen te mogen. Ze betalen ook het volle pond voor hun drankjes, en als meisje is het ten strengste verboden om een gratis drankje voor een jongen te halen. Maar het maakt de jongens niet uit dat ze moeten betalen. Dat doen ze graag, al is het alleen maar om ál die rokjes voorbij te zien komen. Het is tien uur, en de dansvloer is nog leeg. Er zijn ook nog niet zoveel jongens. Aan de bar staan twee kleine Chinese meisjes. Ze knippen hun vingers naar de barman; “Twee whisky, twee tequila en twee vodkashots,” zo luidt hun bestelling. Als de zes glazen voor hun neus staan, kijken ze elkaar ernstig aan en tellen af tot drie. Exact tegelijkertijd gieten ze eerst de vodkashot in hun keel, klokken vervolgens de whisky naar binnen, en zo snel mogelijk drinken ze ten slotte de tequila tot op de laatste druppel op. Als de glazen leeg zijn, deppen ze als nette dames hun lippen met een servetje, draaien ze zich om, en steken tegelijkertijd een sigaret op.
Ja, dit is hún ladies night.

Het is twaalf uur. De dansvloer staat vol. De jongens zijn nu ook allemaal binnen gekomen. De meisjes kijken inmiddels glazig uit hun ogen en laten zich gewillig vastpakken door de jongens op de dansvloer. De volgende stop: het toilet. Daar staat een vrouw met een zwabber de kots van de wc-vloer te dweilen. De meisjes komen eén voor eén binnenstrompelen. Elk meisje heeft een vriendinnetje bij zich die, voor zover mogelijk, de lange haren uit hun gezicht moeten halen terwijl de ander met het hoofd boven de wc-pot hangt. Alles ruikt nu naar kots. Er staan meisjes op de gang te huilen omdat iemand iets vervelends gezegd heeft, of omdat ze eigenlijk allang thuis moesten zijn van hun moeder. De uitgelopen mascara doet ze op Chinese pandabeertjes lijken, en de rokjes zijn allang tot op gevaarlijke hoogte opgekropen. Hoera. Dit is ladies night.

Ik ben inmiddels alweer op de helft van mijn semester in Singapore, en begin me al een echte Singaporean te voelen. Ik zit elke dag tussen de Aziaten in de les, op woensdag avond bekijk ik de gang van zaken op ladies night, ik eet de locale cuisine, ik ga shoppen in Chinatown, en ik gooi er zo hier en daar wat Singlish in (“It’s okay lah! Can can!”) Maar wat een échte Singaporean nou precies is, daar ben ik nog steeds niet achter. Alle Singaporesen die ik tot nu toe ontmoet heb hebben namelijk de meest uiteenlopende achtergronden. Indiase moeder, Maleise vader, Engelse grootvader. Arabische vader, Chinese moeder. Indonesische moeder, Pakistaanse vader. Japanse moeder, Amerikaanse vader. Vrijwel iedereen van mijn leeftijd hier spreekt twee of drie talen; dit is omdat ze zowel hun moeders taal, vaders taal, als het Engels spreken. Het is hier ook niet bijzonder om meerdere talen te spreken; het is eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld. De mensen van mijn leeftijd wonen meestal nog thuis. Ze worden nu nog onderhouden door hun ouders, maar straks als ze een baan hebben zal het andersom zijn: het is de bedoeling dat de jeugd van nu binnen een paar jaar geld aan hun ouders gaat betalen. Een Singaporese vriend van me geeft nu al elke week een envelopje met geld aan zijn ouders. Dit heeft overigens niets met armoede te maken, maar alles met respect. Hoe rijk je ouders ook zijn, en hoe armzalig je eigen studentenbaantje ook is: het is de bedoeling dat je toch een bedrag aan je ouders geeft.

En het is ook de bedoeling dat je héél hard studeert. Als ik op zaterdagavond om drie uur ’s nachts -terug van uitgaan- de campus oploop, zie ik de Tl-lichten nog branden in de studiezaaltjes. Met kleine oogjes zit hier nog een stel studenten over de boeken gebogen. De universiteit is er ook op gebouwd om goed te kunnen studeren. De bibliotheek is álle dagen tot elf uur open, je hebt óveral op de campus draadloos internet, en op elke plek staan tafeltjes om aan te studeren. Als je op de universiteit rondloopt, zitten op overal wel wat studenten met hun mini laptopjes te studeren. De studiedruk ligt blijkbaar erg hoog, en daardoor kan ik de enorme ontlading van de ladies night nu misschien iets beter begrijpen.

Ik probeer nu ik in Singapore ben de studiedruk eigenlijk een beetje te ontlopen. Het is hier als uitwisselingsstudent een kunst om de gulden middenweg tussen plezier en studie te vinden. Ik heb inmiddels een groepje van vrienden gevonden, en het is wonderbaarlijk hoe snel je een nieuw leven kan vinden in een vreemd land. Soms vind ik het jammer dat ik niet iets nieuws over mezelf heb verzonnen. Aangezien mijn nieuwe kennissenkring bestaat uit mensen die uit Singapore, Noorwegen, Canada, Australië, Zweden of Japan komen, had ik net zo goed een beroemde Nederlandse kunstschaatser kunnen zijn. Ik had een barones, actrice of boerin kunnen zijn. Helaas heb ik me nu al voorgesteld als de studente Manya of Anita uit Harlem, en heb daarmee mijn kansen op een gelogen fantasieleven al verspeeld. Maar tegelijkertijd weet ik niet of de anderen wel de volle waarheid over zichzelf vertellen? Heeft de familie van dat ene meisje wel écht zoveel hotels en sushibars in het hele land? Woont dat andere meisje wel écht op een enorme ranch met vijf paarden? Het kan me eigenlijk niet schelen. We kennen elkaar allemaal, maar we kennen elkaar ook weer niet, en juist daarom kan alles gezegd worden. We hoeven elkaar misschien nooit meer te zien na dit jaar, en daarom kun je gewoon jezelf zijn. Tot zes uur ’s morgens met z’n allen op het strand zitten en de hele nacht slap ouwehoeren. Rondlopen in je meest ouwe en gemakkelijke kloffie. Met een groep meiden een avondje naar een sexshop-party. Iedereen kan gek doen. Als je elkaar namelijk niet meer aardig vindt hierna, dan neem je gewoon nooit meer contact met elkaar op. Lekker makkelijk.

Alles is sowieso ‘lekker makkelijk’ in Singapore. De stad Singapore lijkt rondom het concept ‘makkelijkheid’ gebouwd te zijn. De hele stad is bezaaid met convenience stores die 24 uur open zijn. Je kunt overal eten, op welk moment dan ook. ’s Nachts rijden de McDelivery jongens hier af en aan op hun scootertjes. De McDonalds kan namelijk dag en nacht gebeld worden, en binnen een half uurtje wordt je BigMac voor je deur bezorgd. De metro is schoon en goedkoop, en je kan er heel Singapore mee door. Je kunt overal pinnen. Als ik een taxi bel, dan herkennen ze mijn nummer en krijg ik meteen een mevrouw aan de lijn die zegt: “Hello Miss Manya, shall we pick you up at the National University?” Binnen tien minuten staat er vervolgens een taxi voor mijn neus. Het park in Singapore is bezaaid met plekken waar je kunt barbecuen en er staan overal gratis wc’s die brandschoon zijn. Een Vondelpark met gratis barbecues en toiletten kan ik me toch bijna niet voorstellen!
Maar het fijnste en het makkelijkste van alles voor mij is de veiligheid van de stad. Hier kun je overal in de stad lopen zonder problemen. Dit creëert enorm veel vrijheid, vooral voor een meisje. Terwijl ik het in Amsterdam al vervelend vind om ’s nachts in mijn eentje de trein te pakken, heb ik mij hier zelfs in het diepst van de nachts nooit bang gevoeld. Taxichauffeurs zijn te vertrouwen, je wordt niet belazerd of achtervolgd. Als het moet, kan je na uitgaan probleemloos in je eentje naar huis. Singapore is ongetwijfeld een van de veiligste landen ter wereld, en ik zal dat gevoel van veiligheid zeker missen als ik weer terug ben in Nederland.

Maar hoe veilig en streng Singapore dan mag zijn, ook hier heb je een ‘Red Light District’. Ik was verbaasd om te horen dat in hét land van de regels prostitutie wel gelegaliseerd is. De prostitutie is eigenlijk maar op vier beperkte plekken toegestaan, maar het wordt ook getolereerd op andere plekken. Er is vooral éen plek in Singapore die enorm berucht is. Orchard Road is het kloppend hart van Singapore; het is dé winkelstraat waar de beste winkelcentra en meeste trendy cafeetjes zijn. Temidden van deze gelegenheden vind je een gebouw dat er op het eerste gezicht doodnormaal uitziet, en als toerist zou je er onwetend zó binnen kunnen stappen. Ik heb het over Orchard Towers, ook wel The Four Floors Of Whores genoemd. Dit is eigenlijk ook eén van de winkelcentra van Orchard Road, alleen dan gevuld met prostituees, die overigens niet allemaal noodzakelijk vrouwelijk zijn! Een paar dagen geleden zat ik in een café op Orchard Road dat veel bezocht wordt door expats. Dit zijn de buitenlandse zakenlui die in Singapore wonen&werken, en hun loon uit Europa of Amerika behouden, waardoor ze vaak meer geld hebben dan goed voor ze is. Ik raakte hier in gesprek met een Amerikaanse zakenman die verveeld naar zijn biertje zat te kijken. Hij woonde al drie jaar in Singapore. Hij stelde zich voor als Brook. Naast ons zat een Franse expat die naar een kruiswoordpuzzel zat te staren. De vorige twee keer dat ik in het zelfde café was, had ik dezelfde meneer op exact dezelfde plek exact hetzelfde zien doen. Brook en ik kwamen op het onderwerp van de prostitutie, en hij wist van de hoed en de rand wat de prostitutie in Singapore betrof. Hij wees me ook een paar meiden aan die in het café zaten: ‘Dat is er éen, dat is er ook éen…’, zei hij verveeld. Hij wist nog veel meer. Hij wist bijvoorbeeld ook dat alle karaokebars in Singapore eigenlijk verkapte bordelen waren. Dat meisjes uit Thailand en Indonesië in het weekend naar Orchard Towers kwamen om zich een weekend lang helemaal suf te werken. Zo komen ze in eigen land niet bekend te staan als prostituee, en profiteren ze bovendien van de gunstige koers van de Singapore dollar. Maar hoe kan Singapore deze tolerantie van prostitutie rijmen met hun imago als strengste, en veiligste land ter wereld? Ik vroeg het Brook. Die lachte naar me alsof ik een naïef gansje was. De Singaporese overheid is misschien wel streng, maar ze zijn niet dom, vertelde Brook. Singapore is een land dat geen eigen product heeft; Singapore moet het hebben van de conferenties, de toeristen, en de haven. No way dat zakenmannen hier een week gaan zitten als ze geen pleziertjes kunnen hebben, zegt Brook lachend. Natuurlijk. Nu begrijp ik het. Singapore zou zichzelf in de vingers snijden als ze de prostitutie niet toe zouden staan. Ze profiteren er enkel van!
Het gaat hier namelijk niet alleen om de expats of zakenmannen op doorreis, het gaat hier ook om de ouderwetse oerechte zeemannen die de Singaporese haven aandoen. Deze mannen zijn hier in overvloed. Ze verdienen geld als water, maar kunnen het niet uitgeven omdat ze maanden op zee zitten. Als ze een weekendje van boord mogen, gaan de heren lós en het geld lijkt hun portemonnee uit te vliegen. Als je deze mannen in het café ontmoet, heb je geluk, want er staat je gegarandeerd een avond gratis bier te wachten! Ik wist niet dat deze Popeye’s nog bestonden, maar ze bestaan écht. Ze hebben tatoeages, een ring in het oor, een staartje in hun nek en een meisje op hun schoot. Tjsa, in ieder stadje een ander schatje, zeggen ze dan, en het maakt niet uit hoeveel ze er voor moeten betalen.

Nu houdt men het in Singapore allemaal heel netjes. Voor de échte ruigheid kan men een half uurtje hier vandaan gaan. Je bent hier namelijk binnen no-time over de grens, in Maleisië. En de eerste stad waar je dan terecht komt is Johor Bahru; JB. JB is het tegenovergestelde van Singapore. Het is smerig en er lijken weinig regels te zijn. Het is een grensstad waar het uitschot van zowel Maleisië als Singapore zich bevindt. Er zijn bedelaars, zakkenrollers en gokhallen. Mocht de karaokebar in Singapore je niet bevallen, dan kun je het hier in een kapsalon proberen. De kapsalons in JB zijn namelijk letterlijk verkapt: verkapte bordelen. Toen ik voor het eerst in JB was, vroeg ik me al af waarom er in godsnaam zoveel kappers waren, en waarom er alleen mannen naar binnen leken te gaan. Pas toen ik zag dat er condooms voor de deur verkocht werden, begon me iets te dagen. De enige vraag die me bleef bezighouden was: wat nou als je écht naar de kapper wil? En wat als ik hier nou écht naar karaoke wil?

Alweer tweeënhalve maand in het warme Singapore. Ik kan er beter maar goed van genieten, want voor ik het weet zit ik weer in Nederland.
Op het warme weer hoef je overigens niet jaloers te zijn. De smog van de bosbranden uit Indonesië komt namelijk rechtstreeks naar Singapore gewaaid. Het is daarom al de hele week benauwd en mistig, en iedereen heeft last van vermoeidheid en hoofdpijn. Zodra de smog is weggetrokken en de zon weer doorkomt, doet iedereen de grootste moeite uit de zon te blijven. De meiden smeren allemaal zonnefactor 40 om zo wit mogelijk te blijven. Als ik naar school ga, draag ik een lange broek en warm vest. De lokalen worden met de airconditioning namelijk zó koud gemaakt dat ik klappertandend in de les zit. Singaporesen lijken dol te zijn op kou. Je hebt zelfs plekken in de stad waar op straat enorme apparaten staan die koude lucht blazen: openlucht-airco. En alsof het allemaal niet koud genoeg is, heb je ook eski(mo)bars in Singapore. In deze cafés vriest het een paar graden onder nul en ligt er sneeuw op de grond. Als je hier een drankje gaat drinken mag je wanten en een jasje van de zaak lenen. Van mij hoeft het allemaal niet zo. Ik kan straks nog lang genoeg van de Nederlandse winter genieten.

2006

Print Friendly, PDF & Email

Tags:

Post a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Top