Singapore Part III: Vuile Was

vuilewasMijn tijd in Singapore is waarschijnlijk een van de meest zorgeloze periodes uit mijn leven. Dit komt door meerdere dingen. Ten eerste heb ik mijn leven in Nederland in feite even op “pauze” gezet dit afgelopen semester, waardoor ik het hier veel rustiger aan kan doen. Maar de andere reden is dat Singapore een stad is met zoveel veiligheid en comfort dat het een meisje als ik enorm veel vrijheid geeft om te gaan en staan waar ik maar wil.

Het mooiste voor mij zijn de dagen dat ik opsta, en de hele dag nog voor me ligt, zonder verplichtingen of afspraken. Ben ik in Nederland iemand die alles gepland heeft en bijna een controlfreak genoemd mag worden, hier in Singapore ben ik het tegenovergestelde. Vaak neem ik op zulke dagen de metro, stap uit in Chinatown en kijk wat de dag me brengt. Zo loop ik voorbij een hofje dat een enorme tempeltuin blijkt te zijn. Er valt een regendruppel op mijn neus en voor ik het weet sta ik vast een tropische regenstorm. Mensen komen schuilen onder het paviljoen van de tempel, ik raak in gesprek, en even later drink ik een kop koffie met een andere student van de National University die ook in Japan gewoond heeft. We zeggen elkaar gedag. De bomen langs de straten zijn verregent, en de eerste zonnestralen van de dag doen de druppeltjes op de bladeren schitteren. Een Chinese man staat in een rustige straat kastanjes te poffen op zijn sloffen. Een oud vrouwtje met kromme rug verzameld blikjes die door achteloze toeristen op straat zijn achtergelaten. Ik neem de tijd om rustig te wandelen, alles op me in te laten werken en te genieten van ‘mijn’ Singapore.

Je weet dat een nieuwe stad je thuis begint te worden als je de mensen uit de buurt leert kennen. Het meisje van de supermarkt, de bewaker van de club, de bediende van het restaurant; ik begin aan hun gezichten te wennen en zij groeten me als ik kom en als ik ga. Een van de cafés waar ik veel tijd doorbreng is de bar van het Marriot Hotel. De bar is gelegen aan een van de meest centrale straten van Singapore; Orchard Road. Ik hou ervan om aan de bar te zitten en alle typetjes van de stad voorbij te zien komen. Meisjes in korte rokjes en veels te veel rouge, op weg naar hun werk in de Orchard Towers, verdwaalde toeristen, ultraslanke modellen met enorme portfolio’s in hun armen geklemd, bejaarde stelletjes die liefdevol elkaars hand vastpakken. Ik kan er wel uren naar kijken. De mensen van de bar kennen mij als het meisje dat altijd in haar eentje aan de bar zit, soms gewoon te staren, soms te lezen of te schrijven. Maar elke keer als ik een drankje kom doen raak ik in gesprek met de meest verschillende mensen. Een opgetutte botox-bimbo uit de VS, een oude zeeman uit Australië, een oliemagnaat uit Brunei of een bierdrinkende moslim uit Dubai. Van elk gesprek leer ik weer een beetje meer over een andere cultuur, religie of generatie. Behalve deze interessante gesprekken is er nog een reden waarom ik altijd naar deze bar ga. Elke keer dat ik hier kom, zit aan de rechterzijde van de bar een blanke man met een leesbrilletje dat halverwege zijn neusbrug is gezakt. Ik schat hem ergens rond de vijftig jaar oud. Hij heeft een krant voor zich liggen met daarin een grote kruiswoordpuzzel. In zijn rechterhand heeft hij een pen. Voor hem een glas rode wijn; nooit helemaal vol, nooit helemaal leeg. Hij staart naar de puzzel en hij lijkt hem elk moment in te kunnen vullen met zijn pen. Maar hij beweegt nooit. Het lijkt bijna alsof hij onderdeel geworden is van het meubilair van deze bar. Altijd dezelfde plek, zelfde drankje, zelfde puzzel. Ik heb nog nooit een woord met deze man gewisseld, nog nooit oogcontact gemaakt. Toch vind ik het prettig dat hij er is. Het is een soort zekerheid in deze grote stad; hij verandert niet en hij is er altijd. Misschien moet ik volgende keer maar eens een praatje met hem gaan maken.
Of nee, beter van niet. Ik moet hem eigenlijk precies laten zoals hij is.

Het is nog nauwelijks november of Singapore hangt al vol met kerstballen en fonkelende lichtjes. Het is bijna dertig graden en de kersliedjes galmen door het centrum van de stad heen.
Een kerstboom in de brandende zon is een gek gezicht, maar hier kijkt niemand er van op. Ik vind het maar niets, die kerstversiering in november. De kerstbomen in de winkelcentra doen mij namelijk realiseren dat het einde van mijn semester in Singapore alweer in zicht is en dat de tijd veels te snel voorbij gaat. Voor mijn gevoel heb ik namelijk nu net mijn plekje gevonden in deze stad en op deze universiteit, en nu is het afscheid nemen alweer begonnen. De laatste tentamens zijn afgerond en de laatste feestjes met de uitwisselingsstudenten zijn deze week begonnen. Op de trappen van de campus staan elke dag opnieuw weer een paar enorme backpacks van uitwisselingsstudenten die richting Vietnam of Cambodja gaan om nog wat meer van Azië te zien voor iedereen met kerst weer thuis is.

Ik heb nu een half jaar in een kamertje van twaalf vierkante meter gewoond en dat begint wel genoeg te worden. Ik heb mijn eigen mini-toilet en douche, maar de keuken deel ik met veertien andere dames. Ik zie zo nu en dan een meisje uit de keuken wegschieten maar het is er nooit echt van gekomen om ze te leren kennen. Maandenlang was het stil in de gang, en ik dacht altijd dat onze kamers enorm geluidsdicht waren. Dus muziekje op, keihard meezingen met Prince, of luide telefoongesprekken voeren; ik nam aan dat het allemaal kon. Van de week was het even stil op mijn kamer en ik hoor opeens mijn buurmeisje kuchen. Niemand in mijn kamer, niemand op de gang. Nogmaals hoor ik haar kuchen. Drie kamers verderop hoor ik een ander buurmeisje zachtjes praten met haar vriendinnetje. Opeens begin ik te blozen. Mijn vertolking van Prince en mijn Skype gesprekken; de hele gang heeft waarschijnlijk kunnen meegenieten want de muren blijken flinterdun te zijn, ik had het alleen niet door omdat mijn buurmeisjes zo verdomd stil zijn. Hun slippertjes staan geordend voor de deuren en hun eetstokjes liggen schoon gewassen te drogen op het aanrecht. Alles is stil en geordend. Alsof het allemaal niet saai genoeg is, staan de regels ook nog met koeienletters op de deur van onze gang: Geen bezoek na elven, 24 uur stilte tijdens tentamenperiode, geen alcohol op de kamer, deur open als er mannelijk bezoek is, en als je de regels niet navolgt kun je torenhoge boetes verwachten. De regels van Singapore komen me soms de keel uit. Ik schreef het al toen ik net in Singapore aankwam: “Big Brother is watching you” is hier een absolute realiteit. Singaporesen hebben een eigen filosofie over dit onderwerp: je kan álles in Singapore doen. Ga je gang en doe wat je wil. De Gouden Regel die ik Singaporesen al tientallen keren heb horen zeggen is: Just Don’t Get Caught.

Maar deze regel wordt nog wel eens vergeten door de uitwisselingsstudenten hier die hier de jolige twintiger uithangen. Wij werken allemaal via het universiteit internet netwerk en alles wat we doen wordt gecontroleerd. Een andere student uit Nederland was vorige maand spelletjes aan het downloaden en per direct kreeg hij een mail in zijn mailbox van de universiteit dat hij zijn boete van tweehonderd dollar (honderd euro) mocht komen betalen voor het downloaden van illegale software. Er is ook een groep Singaporesen gearresteerd voor het illegaal downloaden van muziek. Dat kun je in Singapore maar beter niet doen.

Ach ja, het veilige geordende Singapore waar nooit iets gebeurt. Na een half jaar kan ik eerlijk zeggen dat ik me nog nooit zo veilig heb gevoeld, maar de utopie die Singapore heet bestaat in werkelijkheid niet. De kunst is dat Singapore de vuile was niet buiten hangt. Vorige week was een stel studenten uit in een bekende club in Singapore. Opeens gingen de lichten aan en werd iedereen verzocht de club te verlaten vanwege een ‘inspectie’. De mensen buiten werd verzocht te wachten tot de inspectie over was. Een uur later ging de club weer open en ging het feest gewoon door. Van insiders hoorde ik later dat er een steekpartij was geweest; er was iemand neergestoken. Dit komt vervolgens niet in de publiciteit. De boel wordt opgeruimd, het slachtoffer wordt afgevoerd; zand er over en er word niet meer over gepraat.
Er wordt ook niet gepraat over drugs. Dat doet namelijk niemand hier, hoewel ik ondertussen al heel wat mensen de revue heb zien passeren die een jointje rollen of een pilletje tikken. Als ik met ogen als schoteltjes vraag hoe ze in godsnaam het lef hebben, trekken ze hun schouders op en zeggen de gouden regel; Just don’t get caught, honey.

Dat er drugs in Singapore is heb ik van dichtbij meegemaakt. Op een zwoele woensdagavond, de bekende Ladies Night, trok ik er met mijn vriendinnen op uit om onze gratis drankjes te nuttigen. We gingen naar een hippe tent waar de dames gratis Cosmopolitan cocktails krijgen naast een chocolade fontein met aardbeien. Een perfecte plek om de avond te beginnen. Terwijl de avond vorderde werden we joliger en voor we het wisten kwam de barjongen aan met de zogehete ‘shooters’; kleine drankjes die je in eén teug achter over slaat. Ik hou absoluut niet van dit soort drankjes en ik sloeg deze drankjes lachend af, terwijl mijn vriendinnen het drankje meteen naar binnen goten. Na een half uur vonden we het wel welletjes en maakten aanstalten om weg te gaan. De eigenaar van de bar probeerde ons te overtuigen om te blijven, en noteerde het telefoonnummer van mijn vriendin. Of we niet wilden blijven voor de privé-party? Nee, dat wilden we niet. Ik trok mijn vriendinnen mee de taxi in, en een kwartier later stonden we in een andere club. Vriendin Nummer Een trok al wat wit weg. Voor ik het wist was ze kotsmisselijk vertrokken naar het toilet. Ondertussen begonnen Vriendin Nummer Twee en Vriendin Nummer Drie zich tegelijkertijd vreemd te gedragen. Vriendin Nummer Twee is het nette meisje dat haar haren altijd netjes in en knotje heeft en zich zelden laat gaan. Opeens stond ze swingend op de dansvloer, gooide zonder pardon een vol glas bier op de grond, en liet zich gewillig zoenen door de nerd van de school. Vriendin Nummer Drie was omringd door drie jongens en gedroeg zich hetzelfde. Ik was in eén klap nuchter. Vriendin Een was inmiddels terug van het toilet en zij had door dat er iets niet in de haak was. Vriendin Nummer Twee en Drie hebben we uiteindelijk de club uit moeten dragen. Het werd een lange nacht om iedereen veilig in bed te krijgen. Ondertussen bleef de eigenaar van de eerste bar maar bellen of we niet wilde terugkomen. Omdat ik de enige was die zijn merkwaardige shooter niet had geaccepteerd, kon ik helder inzien hoe een onschuldige en gezellige avond een hele foute kant op had kunnen gaan. De volgende ochtend herinnerden de meiden zich niets meer van de voorgaande avond en dit was weer een wijze les voor ons allemaal. Het is ons hele leven al tegen ons gezegd: geen snoepjes accepteren van vreemde mannen. Die regel blijft in Singapore ook gelden.

Maar hoe alert kan een persoon zijn? Hoeveel lessen moet je leren voor je totaal paranoïde wordt? Vriendin Nummer Drie was mijn vriendin sinds de eerste maand dat ik hier was. Het was een stralend middelpunt in onze vriendinnengroep en we waren allemaal gek op haar omdat ze altijd in was voor een feestje of een vertrouwelijk gesprek. Ik heb al eerder geschreven dat het mooie van hier is dat iedereen nieuw is. Je kunt dus ook fris beginnen en als je wil, kun je jezelf een nieuw imago geven. Niemand kent hier immers je achtergrond. Dat is aan de ene kant prachtig, aan de andere kant is er geen referentie om de verhalen van je nieuwe vrienden te kunnen checken. Na maanden van intensief contact kwam ik er samen met Vriendin Nummer Een en Vriendin Nummer Twee achter dat de verhalen van Vriendin Nummer Drie elke keer verschillend waren. Ze vertelde ons alledrie andere dingen over haar leven. Ik vond het gek maar besteedde er niet al te veel aandacht aan, totdat zowel bij Vriendin Nummer Een als bij mij waardevolle dingen begonnen te verdwijnen.
Vriendin Nummer Drie was in beide gevallen Hoofdverdachte Numero Uno. Het zijn van die dingen dat als je gaat terugdenken je opeens veel meer aanwijzingen gaat zien; de dingen waren eigenlijk al niet pluis. Geen snoepjes van vreemde mannen accepteren is duidelijk. Maar geen vriendschap accepteren van vreemde meisjes is wellicht een nieuwe regel om in je achterhoofd te houden…

Ik vind het leuk om de vuile was van de meest schone stad ter wereld uit te pluizen. Ik heb al eerder geschreven over de Four Floors of Whores, het geheimzinnige shopping mall (Orchard Towers) op Orchard Road dat een verkapt bordeel scheen te zijn.
Op een avond zat ik bij mijn favoriete stek in Chinatown wat te studeren, toen ik in gesprek raakte met wat zeemannen uit Australië die allemaal op weg waren naar Orchard Towers. De zeemannen die ik tot nu toe in Singapore ontmoet heb leken stuk voor stuk wel een karikatuur van hun beroep te zijn. Het waren stuk voor stuk Popeye’s. Een gouden ring in de oor. Een hartjes-tattoo op hun gespierde bovenarm met ‘mamma’ er in, en een bierpul in hun hand. Ze misdragen zich als Pietje Bell, maar als de kapitein voorbij loopt zijn ze opeens allemaal stil en braaf. Nadat ze hun biertjes op hadden maakten ze aanstalten om Orchard Towers te gaan verkennen. Ik sloeg mijn studieboeken dicht en voelde me zelf opeens een beetje Pietje Bell worden. “Kan ik niet mee?”, vroeg ik. Verrast keken de zeemannen me aan. Je zag hun gedachten: een klein meisje uit Amsterdam dat mee wil naar een hoerenhuis?!
“It is part of my cultural education!”, riep ik terwijl ik mijn vuist op de tafel sloeg. De zeemannen keken elkaar even aan, haalden hun schouders op, en stemden in. Dus daar ging ik, met mijn rugtasje op mijn rug, richting het donkere hol dat volgens de regering niet bestaat, met een gezelschap van bruisende zeemannen.

Orchard Towers zag er in de eerste instantie uit als een gesloten winkelcentrum, wat het in feite ook is. Tussen de gesloten winkels bevinden zich tientallen barretjes. Elke verdieping heeft zo een eigen ‘genre’. Ik volgde de zeemannen, die zich meteen naar de vierde verdieping van het gebouw haastten. The Crazy Horse, zo heette de bar op de hoogste verdieping. Een rokerige bar met tientallen kleine tafeltjes en gevuld met dames, rondlopend in extreem korte rokjes en niets verhullende shirtjes. Tientallen mannen zaten aan kleine tafeltjes. Hun ogen gingen alle kanten op terwijl ze het ene na het andere glas in hun mond goten. Meiden stonden verveeld rokend tegen de muur, terwijl ze met geknepen ogen naar hun concurrentes keken. Het moment dat de groep zeemannen binnenkwam, stoven ze als bijen op hen af. “Hey baby, won’t you buy me a drink…”, “Hey cutie, my name is Natalia, do you wanna talk to me?” Even leek het alsof ik beland was in een goedkope B-film. De dames probeerden al hun charmes in de strijd te gooien, handen overal, haren overal. Zodra de mannen ongeïnteresseerd leken draaiden de dames zich weer om en liepen met rollende ogen weg op hun stiletto’s. De luide muziek en paaldansende meiden maakten deze bar een enorm cliché bordeel. Een meisje onderhandelde met een dronken Amerikaan. De prijs is afgesproken, en lachend lopen ze hand in hand de bar uit terwijl de andere meiden ze met valse ogen aanstaren. Verbaasd keek ik naar alle enorme borsten en lange benen om me heen. Hoe waren deze bloedmooie vrouwen hier beland? Ik keek nog eens goed. Er begon me iets op te vallen. Terwijl alle zeemannen een mooie Oosterse schone op hun schoot hadden, zag ik opeens grote adamsappels terwijl de dames gretig hun gratis drankjes wegdronken. Waar waren de tailles? Waarom zag ik zoveel grote voeten in die lakleren stiletto’s? Ik keek nog eens goed om me heen, en toen zag ik het opeens. Dit waren allemaal prostitutées geboren als mannen. Nu ik nog eens goed keek, zag ik zelf geen eén echte vrouw. De zeemannen hadden inmiddels alweer een enorme pitcher met bier voor zich en ze vonden het allang goed dat deze dames de billen op hun schoot hadden. Ik wilde het ze bijna vertellen; mochten ze verder in zee gaan met deze dames, dan kon hen nog een verassing staan te wachten. Wijselijk besloot ik mijn mond te houden. Ik groette de mannen en de ‘dames’, en liep de bar weer uit met een grijns op mijn gezicht. Ze zouden het zelf wel uitvinden.
Eenmaal buiten wilde ik een taxi richting huis pakken. Tientallen taxi’s stonden voor Orchard Towers geparkeerd. Geen van de taxichauffeurs zat echter in de auto; stuk voor stuk stonden ze hangend op hun motorkap buiten te roken. Als ik ze aansprak of ik in kon stappen keken ze me met lege ogen aan en schudden hun hoofd. Uiteindelijk hield ik een taxi aan en ging veilig naar huis met een lach om mijn mond.

Later vond ik via een Singaporese vriend uit dat de taxichauffeurs die buiten Orchard Towers stonden geen echte taxichauffeurs waren maar verkapte pooiers. Herken je ze in de videoclips aan gouden kettingen en neptanden, hier in Singapore weet je het als ze een taxi hebben en voor Orchard Towers geparkeerd staan.

Terwijl dit allemaal in hartje Singapore plaatsvindt, hebben ze het in het Singaporese zes uur journaal over een meisje dat gevallen is op de roltrap van een groot warenhuis. Tijdens dit belangrijke nieuwsbericht laat het journaal het Singaporese publiek weten wat de roltrapetiquette zijn, zodat niemand ooit meer hoeft te vallen op een roltrap. Dit was afgelopen dinsdag het hoofditem van het avondnieuws. Geen prostituees, geen drugs of steekpartijen, …maar roltrappen. Dát is Singapore.

Ondertussen is mijn leven in een stroomversnelling geraakt. Mijn semester in Singapore is afgelopen, en aanstaande maandag begin ik om negen uur ’s morgens aan mijn intensieve cursus Mandarijn in een hele andere wereld: de stad die ook de ‘hoer van Azië’ wordt genoemd: Shanghai. Zondag vlieg ik dus richting het noorden en ik zal daar tweeënhalve week blijven. Andere cultuur, andere taal, en andere vuile was.

Voor ik ga, wil ik nog éen ding doen. Terug naar de bar bij het Marriot.
Zou de man met de rode wijn zijn kruiswoordpuzzel al ingevuld hebben?

Print Friendly, PDF & Email

Tags: ,

1 Enlightened Reply

Trackback  •  Comments RSS

  1. Henkjan says:

    Leuk Manya! Ik moet snel weer eens terug naar SIN. ;).

Post a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Top